Sterftekans in Nederland veel kleiner dan vaak wordt geschetst

In Nederland is de sterftekans bij besmetting ongeveer 0,5%.

Dat betekent dat wanneer heel Nederland zou worden besmet (en het is de vraag of dat kan gebeuren), er ongeveer 90.000 Nederlanders aan de gevolgen overlijden. Driekwart (67.500  personen) zou ouder zijn dan 75 jaar.

Onderzoekers stellen dat wanneer tussen de 75% en 95% van de bevolking is besmet, de kans dat nieuwe mensen worden besmet veel kleiner is en zelfs naar nul kan dalen. Want als velen al immuun zijn, kan het virus zich niet goed verder verspreiden.

Stel dat bij 80% besmetting groepsimmuniteit is bereikt, dan hebben we nu nog ruim 60% te gaan. Stel dat we daar twee jaar voor nemen/krijgen, dan praten we over gemiddelde nieuwe besmettingspercentages van 0,5% per week. Dat zijn circa 90.000 personen per week. Gezien het sterftecijfer van 0,5% zou dat dan tot 450 extra sterfgevallen per week leiden.

Dat zijn 65 sterftes per dag. Maar omdat het RIVM tot nu toe de helft van de slachtoffers niet registreert, zou dit ongeveer gelijk zijn aan 30 á 35 doden per dag, in de huidige meldingsvorm van het RIVM.

Na een griepseizoen met meer doden dan normaal is het wel de ervaring dat in de maanden erna de sterfte relatief lager wordt dan gewoonlijk. De patronen van de laatste vijf jaar zien we hieronder:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Verwacht kan worden dat de oversterfte door dit virus in de maanden/jaren erna tot een wat lagere gemiddelde sterfte zal leiden dan gewoonlijk.

CONCLUSIE: Mocht heel Nederland in de komende twee jaar een keer worden besmet overlijden er 90.000 mensen, van wie driekwart boven de 75 jaar.

Onderzoeken op deze pagina:
-Besmettingsgraad in Nederland

Sterftekans voor mensen onder de 60 jaar is zeer klein

Inmiddels is in veel landen onderzocht hoe groot de kans is dat je aan het virus overlijdt, mocht je besmet worden. Aanvankelijk werden er percentages rond de 3% genoemd, maar dat bleek (gelukkig) veel te hoog te zijn. De verklaring is dat niet iedereen die is besmet ook wordt getest.

In de landen/steden waar via steekproefonderzoek is getest, zoals in Los Angeles, zien we dat het aantal besmette personen een factor 25 tot 100 keer zo hoog is.  Ook het aantal overledenen klopt niet, omdat niet iedereen die is bezweken aan het virus was getest. Pas uit onderzoek vanuit bevolkingsregisters is goed op te maken hoeveel hoger het sterftepercentage is dan normaal voor deze tijd van het jaar. En die informatie komt steeds meer binnen.

In de New York Times ziet u de coronasterftecijfers van een aantal landen. De analyses van de echte Nederlandse sterftecijfers vindt u via het CBS.

Op basis van deze cijfers is berekend dat in Nederland het sterftecijfer onder besmette personen 0,51% is. Van alle gevallen sterft dus ongeveer 1 op 195. In de meeste landen is driekwart van degenen die overlijdt boven de 75 jaar.

Hier wordt uitgelegd hoe die berekeningen in Nederland zijn uitgevoerd, mede op basis van grootschalig onderzoek in Italië. De tabel op deze site met sterftekansen per leeftijdsgroep is hierop gebaseerd.

Daaruit is onder andere op te maken dat onder personen tussen 15 en 39 jaar de sterftekans  als je besmet wordt minder is dan 1 op 20.000

Bij de strategie voor een smart exit kan deze informatie zeer goed van pas komen, zowel in het belang van mensen als de economie en de samenleving – met inachtneming van de veiligheid voor de gezondheid.

CONCLUSIE: Besmette personen onder de 60 jaar lopen een zeer klein risico om te overlijden

 

Onderzoeken op deze pagina:
Besmettingsgraad in Nederland
Sterftekans per leeftijdsklasse

Aandachtspunten voor risicogroepen

Omdat we steeds meer onderzoeksmateriaal tot onze beschikking krijgen wereldwijd, kan ook steeds beter worden ingeschat welk deel van de bevolking dat wordt besmet komt te overlijden.

Boven de 75 jaar neemt dat risico snel toe. Maar zelfs voor mensen boven de 80 jaar is het tóch kleiner dan menigeen denkt (1 op 18).

Onderzoeken wijzen uit dat:

  • Mannen meer risico lopen dan vrouwen
  • Personen met onderliggende gezondheidsproblemen (longen, hart, diabetes) meer risico lopen dan personen zonder die problemen.
  • Er sterke indicaties zijn dat personen die langdurig zijn blootgesteld aan het virus zieker worden. Dat werd o.a. geconcludeerd in het onderzoek in Heinsberg. Daar ontstonden besmettingen omdat men lange tijd binnenshuis was geweest, waar de virusdeeltjes via microdruppels rondzweefden (dit lijkt in kerken en in sommige zorginstellingen gebeurd te zijn).

Het is van belang dat voor kwetsbaren het risico op besmetting wordt verkleind.

Dat kan op de volgende manieren:

  • Bij ontmoetingen met derden mondbescherming dragen, en die derden vragen hetzelfde te doen.
  • Die ontmoetingen zoveel mogelijk in de buitenlucht laten plaatsvinden.
  • Zorgen voor goede ventilatie en voldoende luchtvochtigheid binnenshuis, zeker bij zorginstellingen. Het HVAC-systeem dient daarvoor optimaal ingesteld te worden.
  • Niet lang blijven hangen op plekken waar het risico toch nog aanwezig is. (Vooralsnog zijn bijvoorbeeld kerken waarin alle aanwezigen tegelijk zingen risicoplekken. In de buitenlucht is dat risico veel lager.)

CONCLUSIE: Als je tot de risicogroep behoort, weet dan waar/hoe je het grootste risico loopt op besmetting.

Onderzoeken op deze pagina:
Sterftekans per leeftijdsklasse
Onderzoek Heisberg
HVAC Systemen

Superspreading events zijn de grote boosdoener bij de verspreiding van het virus

Vanaf het eerste moment was duidelijk dat het nieuwe virus snel om zich heen greep. Per vijf dagen was er sprake van meer dan een verdubbeling van het aantal besmettingen.

Als we kijken naar de grote uitbarstingen in februari en begin maart, zien we dat er bijeenkomsten waren waar veel mensen tegelijk werden besmet. Goed gedocumenteerd zijn onder andere uitbraken bij  een kerkelijke bijeenkomst in Korea , een meerdaags islamitisch event in Maleisië,  een meerdaagse christelijke manifestatie in Frankrijk en Mardi Gras in New Orleans.

De wedstrijd Atalanta Bergamo – Valencia is ook zo’n moment geweest. In dit artikel wordt daar uitgebreid op ingegaan.

In het dorp Kessel was op 5 maart een bijeenkomst geweest met 500 aanwezigen, die ervoor heeft gezorgd dat de gemeente Peel en Maas tot de top-5 gemeenten met de meeste ziekenhuisopnames en sterftes per inwoner hoort.  Ook zijn er veel verslagen over kerkdiensten, koorrepetities, apres-ski en andere feesten die tot veel besmettingen hebben geleid.

Als voorbeeld hieronder de grafiek die de snelheid van de uitbraak in Kessel na de bijeenkomst op 5 maart toont.

Ter vergelijking hieronder de ontwikkeling van de uitbraak in een andere gemeente: Delft. Hier waren begin maart al besmette inwoners. Tot 15 maart was er geen enkele beperking. Goed te zien is dat het virus zich in die eerste weken van maart in Delft ontwikkelde. 18 dagen na de eerste besmetting waren er vijf keer zoveel besmettingen. In Peel en Maas waren het er 120 keer zo veel.

In Nederland (en veel andere landen) werden rond 15 maart bijeenkomsten met grotere aantallen personen verboden.

Ook andere maatregelen werden genomen, zoals 1,5 meter afstand houden. In alle landen zien we niet lang daarna het aantal nieuwe besmetten afnemen.

Een belangrijke vraag is natuurlijk welke van deze maatregelen daarbij de grootste bijdrage heeft geleverd. Dat is van belang voor de exitstappen die worden genomen.

Bij de uitbraak van SARS in 2003 (de voorloper van het huidige COVID-19pvirus) bleek dat superspreading events een grote bijdrage hadden geleverd bij de verspreiding van het virus. Driekwart van de besmettingen was daaraan toe te schrijven, werd door de onderzoeker vastgesteld. Maar ook  de ontwikkelingen in Nederland voor 15 maart laten zien hoe groot het effect van die superspreading events in diverse gemeenten was.

Ook Engelse onderzoekers van de Universiteit van East-Anglia kwamen tot de conclusie dat het verbieden van massabijeenkomsten de grootste bijdrage heeft geleverd aan de afname van de verspreiding van het virus.

Het onderzoek van Prof. Streeck in Heinsberg toont de invloed van een carnavalsbijeenkomst op 15 februari in Gangelt bij de uitbraak daar. Nieuwe Informatie hierover is dat mensen die waren besmet tijdens carnaval beduidend zieker waren geworden dan mensen die thuis waren besmet.

Zelfs bij een koorrepetitie bij Seattle, waar alle aanwezigen zich hielden aan de 1,5 meter afstand en ook geen contact hadden met elkaar, raakte 75% besmet. Veel wetenschappers stellen dat die besmetting niet geschiedde doordat de aanwezigen te dicht bij een besmet iemand kwamen, maar dat tijdens het spreken/zingen microdruppels (heel kleine druppeltjes die uit de mond komen, ook wel aerosols genoemd) in de lucht komen en onder bepaalde omstandigheden lang blijven rondzweven. Hier treft u een lijst van artikelen en papers die dat beschrijven. Deze video van een Japanse professor laat op beeldende wijze zien wat er gebeurt.

Door niet goed te onderkennen hoe groot het belang van deze bijeenkomsten bij de verspreiding van het virus voorafgaande aan de lockdowns is geweest, wordt  sterk overschat wat het positieve effect is geweest van het houden van de 1,5 meter afstand!

Dit staat nog los van het feit dat mensen blijkbaar duidelijk zieker werden als ze besmet waren tijdens zo’n superspreading event dan als ze elders werden besmet.

Deze bevindingen kunnen en moeten een belangrijke rol spelen bij het ontwikkelen van een beleid voor de smart exit.

 

Slechts 35% van de partners wordt ook besmet!

Voor velen zal het uitermate verrassend zijn om te vernemen dat huisgenoten van een besmet persoon helemaal niet zo‘n grote kans hebben om geïnfecteerd te worden.

Bij het onderzoek in Heinsberg is vastgesteld dat gemiddeld ongeveer 35% van de huisgenoten waren besmet (in het hele dorp lag dat percentage op 15%). Dat betekent dat 65% van de leden van dat huishouden niet ziek zijn geworden.

Studies in andere landen laten dat ook zien:

In China was 17% van de huisgenoten besmet.

In Zuid Korea was 8% van de huisgenoten besmet.

Maar ook als we naar andere infectieziekten kijken, zien we vergelijkbare cijfers.

In Hong Kong met SARS was dat 15%.

In Australië in 2009 bij griep was dat 15%.

Dus zelfs als iemand dagenlang in huis zit met een besmet persoon, zonder daarbij op afstand te blijven (laat staan 1,5 meter), is de kans op besmetting niet zo erg groot. Dat leidt tot twee belangrijke conclusies.

  1. Buiten de superspreading events is het virus helemaal niet zo besmettelijk als steeds gesteld wordt.
  2. Geen 1,5 meter afstand houden is helemaal niet zo gevaarlijk als men ons de afgelopen maanden heeft doen geloven. Als de besmettingskans al niet groot is als je meerdere dagen samen bent met een patiënt (zonder maatregelen), hoe groot is dan de kans als je 10 seconden binnen 1,5 meter in de buurt van een besmet iemand is?

Dat het virus zich niet snel verspreidt is niet alleen ónze conclusie, maar ook die van virologe Marion Koopmans, lid van het Outbreak Management Team. Die zei op 25 februari jl. hetzelfde in een interview bij Rijnmond.

 

Onderzoeken op deze pagina:
Onderzoek Heisberg
Superspread events
Pre-lockdown
1,5 meter maatregel

Aerosols cruciaal voor verspreiding

We wisten al dat superspreading events een belangrijke rol spelen bij het verspreiden van het virus. De nieuwste studies wijzen uit dat dit ook geldt voor microdruppels (aerosols) in binnenruimtes. Nieuwe informatie leert dat hoe langer je in een binnenruimte verkeert en hoe meer besmette aerosols er rondzweven, hoe zieker je ervan kunt worden.

Maar in huis speelt het een belangrijkere rol dan we tot nu toe dachten. Ook daar lijkt het directe contact met een besmet persoon minder gevaarlijk te zijn dan in aanraking komen met de aerosols van de patiënt. Het is vooral belangrijk in acht te nemen dat de duur van blootstelling een rol speelt bij de kans op en mate van besmetting (de zogenaamde “viral load”).

Er zijn twee manieren om het effect hiervan zo klein mogelijk te maken.

  • Goede ventilatie en hogere luchtvochtigheid, waardoor de aerosols naar buiten verdwijnen of neervallen.  CO2-meters zijn goede indicatoren voor de mate waarin er goed geventileerd wordt. Die zijn zeker voor bedrijven/organisaties onontbeerlijk.
  • Het dragen van mondkapjes door mensen die het risico hebben aerosols te verspreiden (dat is het geval tussen vijf en tien dagen na besmetting). Wel is het belangrijk om te weten dat volgens rapportage 20-40% van de besmette personen geen symptomen hebben. Het is nog niet duidelijk of men dan wél besmettelijk kan zijn, maar het lijkt erop van niet (of slechts in beperkte mate).

Hoe beter de aerosols worden bestreden, hoe minder het Covid-19-virus zich verspreidt.

CONCLUSIE: Hoge luchtvochtigheid en goede ventilatie zijn cruciaal om verspreiding tegen te gaan.

Onderzoeken op deze pagina:
Onderzoek Heisberg
HVAC Systemen

 

In de buitenlucht is de kans op besmetting heel klein

Steeds vaker blijkt dat de kans om buiten besmet te raken klein tot zeer klein is. Uit onderzoeken onder besmette personen in China, Japan en Duitsland komen heel weinig gevallen naar voren. Besmetting gebeurt eigenlijk vrijwel alleen in binnenruimtes en vooral als je daar een wat langere tijd verblijft met (onbewust) een of meer besmette personen.

Een belangrijke verklaring hiervoor die steeds vaker naar voren komt is deze: de vaakst voorkomende manier van besmetting is via aerosols (microdruppels), die een wat langere tijd in de lucht zweven. Hoe langer je daarin verkeert en hoe meer je ervan inademt, hoe groter de kans dat je behoorlijk ziek wordt.

In de buitenlucht is het vrijwel onmogelijk om gedurende een wat langere tijd door die microdruppels te worden omgeven. Er is veel meer luchtcirculatie en de kans is groot dat de aerosols ook opstijgen. (Zie ook dit artikel)

De kans op besmetting tijdens een ontmoeting (ook binnen 1,5 meter) is binnenshuis al niet groot, maar buiten dus nog veel kleiner.

CONCLUSIE: In de buitenlucht is de kans op besmetting heel klein

Onderzoeken op deze pagina:
1,5 meter maatregel
Onderzoek Heisberg

 

Geen goede ventilatie? Draag een mondkapje

De kans op besmetting bestaat als je lang in een ruimte bent (thuis of elders zonder goede ventilatie) met mensen die je niet vrijwel dagelijks ziet.

Het zou veel beter zijn om die ontmoeting in de buitenlucht te laten plaatsvinden. En gelukkig wordt het weer steeds beter, dus zijn er meer alternatieven. Moet je toch binnen blijven, is het van belang dat er bij een ontmoeting wordt gezorgd voor voldoende ventilatie van binnen naar buiten. Hogere luchtvochtigheid helpt ook, maar ook dat wordt makkelijker nu de zomer eraan komt.

Airconditioning is af te raden als je met ‘vreemden’ in eenzelfde ruimte verkeert (met mensen van het eigen huishouden is airconditioning prima).

Mocht dit alles vanwege bepaalde omstandigheden niet te vermijden zijn, is het dragen van mondbescherming door alle aanwezigen de enige manier om de besmettingskans te minimaliseren tot bijna 0%. Wie zeker weet dat hij het virus al heeft gehad, hoeft dat niet.

Dit experiment met hamsters en mondkapjes laat zien hoe goed het werkt.

Ventilatie is ook een belangrijk advies wanneer er een patiënt in huis is. Er wordt gesteld dat men de eerste vijf dagen na de eerste symptomen besmettelijk is. Verkeer niet lang in een besloten ruimte met een patiênt, zelfs niet op meer dan 1,5 meter afstand.

CONCLUSIE: Wanneer je zonder goede ventilatie in een binnenruimte bent met personen buiten het eigen huishouden, zijn mondkapjes aan te raden.

Mondbescherming waar het nut heeft

In Oost-Azië worden mondkapjes direct na aanvang van een epidemie door iedereen buitenshuis gebruikt. Sterftecijfers schommelen tussen de een en vier doden per miljoen inwoners. In diverse landen in West-Europa zijn getallen van ruim boven de 500 te zien.

De belangrijkste functie van mondbescherming door burgers is het verkleinen van de kans op overdracht door personen die onbewust besmet zijn.

Een recente experiment in Hong Kong met hamsters heeft overtuigend laten zien dat mondbescherming werkt voor het niet overbrengen van de ziekte.

In landen als Tsjechië, Oostenrijk, Slowakije, Israël en de stad Jena is het nu al langer dan een maand verplicht om buiten of in het OV/winkels mondbescherming te dragen. En op al die plekken daalt het aantal slachtoffers richting nul. Cijfers, die we kennen van Oost-Azië.

Op dit moment is de situatie in Europa als volgt:

CONCLUSIE: Het nut van verplicht mondkapjes dragen in openbare ruimtes is bewezen.

Kinderen lopen én vormen duidelijk minder risico

Uit wereldwijde onderzoeken komt het volgende beeld naar voren:

  • Kinderen worden in mindere mate besmet dan volwassenen. De percentages liggen tussen een kwart en de helft van de mate van besmetting in de leeftijdsklasse 20-40 jaar. Dit is het overzicht uit Italie. Dit uit Zuid-Korea. Dit zijn de cijfers van New York.
  • Veel kinderen die worden besmet merken daar niets van. En kinderen die wel klachten krijgen zijn doorgaans minder ziek dan volwassenen.
  • We zien aanwijzingen dat besmette kinderen minder snel anderen aansteken. Dat lijkt ook samen te hangen met het feit dat de kinderen zelf minder ziek zijn en blijkbaar in mindere mate virusdeeltjes verspreiden waarmee anderen worden besmet.

Dat betekent overigens niet dat kinderen nooit worden besmet.

En wanneer kinderen personen uit risicogroepen ontmoeten, is het sterk aan te bevelen maatregelen te treffen. Bij voorkeur vindt de ontmoeting buiten plaats. Is binnenblijven geboden? Dan is ventilatie en hoge luchtvochtigheid belangrijk. Ook het dragen van mondbescherming door alle aanwezigen die nog niet zijn besmet is zeker verstandig.

CONCLUSIE: Kinderen worden minder snel besmet, hebben minder klachten en steken minder snel een ander aan.

Teken de oproep aan de regering

“ik wil dat de regering met een snellere, slimmere en veiliger exit komt”

Smart Exit

De 1.5 meter samenleving is onwerkbaar en onnodig

Steun daarom onze oproep aan de regering om op basis van nieuwste informatie andere maatregelen te nemen, waarmee de maatschappij wél verder kan.

Copyright © 2020 SmartExit | Over ons | Privacy statement | Onderteken de oproep

Vragen? Mail naar contact@smartexit.nu

SmartExit.nu is een initiatief van Klaas Hummel en Maurice de Hond. Website en online marketing door OMA.